Nieuwsbrief 01 2018

Fiscaal Actueel
Uitgave van het Register Belastingadviseurs
Klantennieuwsbrief met actuele en praktische artikelen, speciaal voor klanten van leden van het RB.

 

Klik hier voor de originele nieuwsbrief

Btw op aanschaf zonnepanelen tijdig aangevraagd!

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat een verzoek om teruggave van btw in verband met de aanschaf van zonnepanelen tijdig was gedaan. Dit oordeel is niet alleen van belang voor de aankoop van zonnepanelen.

De Hoge Raad constateert dat de verplichting om (tijdig) te verzoeken om uitreiking van een btw-aangifte, slechts geldt als btw moet worden betaald. Dit verzoek moet namelijk uiterlijk worden gedaan binnen één maand na afloop van de aangifteperiode (maand of kwartaal) waarover de btw is verschuldigd. Volgt uit de aangifte echter een teruggave, dan geldt deze termijn van een maand niet. In dat geval kan ook op een later tijdstip nog worden verzocht om uitreiking van een aangiftebiljet. Als de aangifte vervolgens binnen de door de inspecteur gestelde termijn wordt ingediend, is het verzoek om teruggave tijdig gedaan.

Het arrest van de Hoge Raad is van belang voor alle startende ondernemers die te laat hebben verzocht om uitreiking van een aangifte omzetbelasting waaruit een teruggave zou volgen. Op basis van dit arrest kunnen zij alsnog een verzoek om teruggave van btw doen. Dat geldt ook voor particulieren die vergeten zijn om de omzetbelasting op hun zonnepanelen terug te vragen. De Belastingdienst heeft voor deze groep een apart aanvraagformulier ter beschikking gesteld.

Hoewel de Hoge Raad oordeelt dat er in het geval van een verzoek om teruggave geen wettelijke termijn bestaat voor het verzoek om uitreiking van een aangifte, stelt de Belastingdienst een termijn van vijf jaar. De Belastingdienst heeft namelijk kenbaar gemaakt dat het alsnog verzoeken om uitreiking van een aangiftebiljet voor 31 december 2017 moet plaats vinden, als de zonnepanelen in 2012 zijn aangeschaft. Heeft de aanschaf in 2013 plaats gevonden, dan moet u het verzoek uiterlijk in 2018 doen. Deze termijn lijkt gebaseerd op een recente uitspraak van het Europese Hof van Justitie.

Inkeerregeling niet afschaft voor binnenlandse situaties

Op Prinsjesdag heeft de regering bekend gemaakt dat zij voornemens was de zogenaamde inkeer-regeling af te schaffen. Uiteindelijk heeft de Tweede Kamer besloten om de inkeerregeling alleen af te schaften voor inkomen uit het buitenland.

De inkeerregeling houdt in dat een belastingplichtige vrijwillig zijn eerder ingediende aangifte kan verbeteren. Een van de voorwaarden hiervoor is dat de Belastingdienst nog niet op de hoogte is van de door de belastingplichtige gemaakte fout. Ook moet de vrijwillige verbetering op tijd worden gedaan. Dat moet uiterlijk twee jaar na afloop van het kalenderjaar waarover de aangifte is ingediend. Wordt aan deze voorwaarden voldaan, dan zal de Belastingdienst geen boete opleggen.

Bij de behandeling van het voorstel van de regering was er veel kritiek van diverse politieke partijen. Als gevolg daarvan is de inkeerregeling gehandhaafd voor binnenlandse situaties en slechts afgeschaft voor buitenlandse situaties. Heeft u dus inkomsten uit buitenlands vermogen of geniet u andere inkomsten uit het buitenland en heeft u die niet vermeld in uw Nederlandse belastingaangifte? Dan krijgt u met ingang van 1 januari 2018 altijd een boete. Het maakt dan niet meer uit of u dit vrijwillig bij de Belastingdienst meldt. Uiteraard zal de Belastingdienst bij het opleggen van de boete wel rekening houden met het feit dat u dit vrijwillig heeft gemeld.

Vertraging aanslag erfbelasting 2017

Heeft u onlangs aangifte erfbelasting gedaan of verzocht om een voorlopige aanslag erfbelasting? Dan ontvangt u niet binnen de gebruikelijke termijn de (voorlopige) aanslag. De vertraging is het gevolg van de invoering van een nieuw behandelsysteem bij de Belastingdienst. Komt u hierdoor in de problemen? Dan is het mogelijk om de Belastingdienst te vragen om de aangifte of het verzoek om een voorlopige aanslag, met voorrang te behandelen. Wel moet u onderbouwen waarom de aangifte of het verzoek voorrang verdient. Verder zal op de aanslag erfbelasting geen belastingrente in rekening worden gebracht. Dat geldt alleen voor aangiftes die betrekking hebben op een overlijden op of na 1 januari 2017. Als in die situatie al belastingrente in rekening is gebracht, dan zal die worden teruggegeven.

Kosten inburgeringscursus geen aftrekbare scholingsuitgaven

U kunt alleen scholingsuitgaven in uw aangifte inkomstenbelasting aftrekken, als het gaat om een opleiding die wordt gevolgd met het oog op het verwerven van inkomen uit werk en woning. Daar wordt volgens de Hoge Raad niet aan voldaan bij een inburgeringscursus.

De heer X was op 12 september 2014 gehuwd met zijn uit China afkomstige partner. In verband met de in 2014 gemaakte kosten voor haar inburgeringscursus had X in zijn aangifte IB/PW 2014 een bedrag van € 1.421 aan scholingsuitgaven opgevoerd. De inspecteur was het daar niet mee eens en weigerde de aftrek.Omdat X ook geen gelijk kreeg bij Rechtbank en Hof Den Haag zocht hij het nog hoger op bij de Hoge Raad. Helaas werd hij niet beloond voor zijn volharding en vastberadenheid. Volgens de Hoge Raad was het succesvol volgen van de inburgeringscursus erop gericht om in Nederland te mogen verblijven. De daaraan verbonden kosten waren dus geen aftrekbare scholingsuitgaven, omdat deze in een te ver verwijderd verband stonden tot een concrete vorm van inkomensverwerving. De Hoge Raad heeft eerder beslist over de aftrekbaarheid van kosten voor het volgen van een algemeen vormende opleiding zoals bijvoorbeeld mavo, havo of vwo. Voor een dergelijke opleiding heeft de Hoge Raad wel aftrek van scholingsuitgaven toegestaan mits deze noodzakelijk is met het oog op het daarna volgen van een (andere) beroepsopleiding.

Heffing over vermogen in 2014 was te hoog

Dat heeft Hof Amsterdam op 16 januari 2018 geoordeeld in een proefprocedure over box 3 die ging over het jaar 2014. Tot een verlaging van de aanslag leidde dat helaas niet.


In 2015 heeft de staatssecretaris de bezwaarschriften die zijn ingediend tegen de heffing over het vermogen in box 3 aangemerkt als massaal bezwaar. In het kader daarvan worden proefprocedures gevoerd door de Bond voor Belastingbetalers. Daarbij gaat het om de rechtsvraag of box 3 in strijd is met het Europees recht. Op 16 januari 2018 heeft Hof Amsterdam in een proefprocedure beslist dat op regelniveau sprake is van een schending van de vereiste ‘fair balance’. Het Hof oordeelt dat uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het forfaitaire rendement is gebaseerd op de reële rendementen op risicovrije beleggingen over een lange termijn. Dat rendement was in 2014 aanzienlijk lager dan het toen geldende forfaitaire rendement van 4%. Helaas is het wel een Pyrrhusoverwinning. Het Hof vindt immers dat de wetgever tijd moet krijgen om de wetgeving aan te passen. Omdat de wetgeving met ingang van 1 januari 2017 is gewijzigd, laat het Hof de aanslag inkomstenbelasting in stand.

Bitcoins en belasting

Cryptovaluta, zoals Bitcoins, zijn de laatste tijd veel in het nieuws. Het digitale geld is bedoeld als betaalmiddel, maar wordt momenteel veel gebruikt om te speculeren op koersstijgingen. De koers is zeer veranderlijk. Na een enorme stijging in 2017 tot boven de 20.000 dollar, is de waarde aan het begin van 2018 weer gedaald tot onder de 10.000 dollar.


De fiscale behandeling van deze cryptovaluta is afhankelijk van de situatie. De belegger in cryptovaluta zal de waarde hiervan in zijn aangifte inkomstenbelasting als onderdeel van de rendementsgrondslag in box 3 moeten vermelden. Bent u echter actief als miner van cryptovaluta, dan zult u de opbrengsten van de cryptovaluta moeten aangeven als inkomsten uit werk en woning. Dit geldt ook als u opereert als wisselkantoor voor cryptovaluta. Ook bij de berekening van schenk- en erfbelasting of de vennootschapsbelasting moet rekening worden gehouden met een bezit aan cryptovaluta of opbrengsten uit handel of minen van cryptovaluta.
Het niet vermelden van deze gegevens in de aangifte leidt tot een onjuiste aangifte. Voor het indienen van een onjuiste aangifte kan de Belastingdienst u een vergrijpboete opleggen. Hoewel de Belastingdienst op dit moment een bezit aan cryptovaluta niet kan aantonen, kan de omwisseling van cryptovaluta in euro’s de Belastingdienst op het spoor zetten van een onjuiste aangifte.

Crisisheffing niet in strijd met Europees Recht

Het Europese Hof van Justitie (hierna: EHRM) heeft onlangs geoordeeld dat de crisisheffing niet in strijd is met het Europees recht. Dat betekent dat de proefprocedure tegen de crisisheffing verloren is en dat werkgevers die zich bij de proefprocedure hebben aangesloten, de crisisheffing niet terug krijgen.


De crisisheffing moest in 2013 en 2014 worden betaald door werkgevers. De crisisheffing bedroeg 16% van het loon van de werknemer van het voorafgaande jaar, voor zover dat loon hoger was dan € 150.000. Omdat de crisisheffing was verschuldigd over het loon van het voorafgaande jaar, zou sprake zijn van terugwerkende kracht. Deze terugwerkende kracht zou in strijd zijn met het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Daarom werd geadviseerd om bezwaar te maken tegen de betaling van de crisisheffing.

Aan die oproep werd door duizenden werkgevers gehoor gegeven. Vanwege het grote aantal bezwaarschriften besloot de Belastingdienst tot een gecoördineerde aanpak. Werkgevers die bezwaar maakten tegen de crisisheffing kregen van de Belastingdienst een voorstel om het bezwaarschrift aan te houden in afwachting van de uitkomst van een proefprocedure. Zou de Belastingdienst de proefprocedure verliezen, dan kregen de werkgevers recht op teruggave van de crisisheffing.

Met de uitspraak van het EHRM is een einde gekomen aan deze proefprocedure. De rechter oordeelde dat de terugwerkende kracht was toegestaan en de crisisheffing overigens ook niet in strijd was met het EVRM. Werkgevers krijgen de crisisheffing daarom niet terug.

Maak tijdig bezwaar tegen WOZ-beschikking

Eind februari worden door de gemeenten de nieuwe WOZ-beschikkingen voor het jaar 2018 verzonden. Deze beschikkingen bevatten de WOZ-waarde van onroerende zaken naar de peildatum 1 januari 2017. De afgegeven beschikkingen worden niet alleen door de gemeenten gebruikt voor de onroerendezaakbelasting, maar ook door de Belastingdienst. Zo zijn de beschikkingen relevant voor bijvoorbeeld de verhuurderheffing, de erfbelasting, de schenkbelasting, de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting. Gezien het steeds grotere belang van de beschikking, loont het de moeite om te beoordelen of de waarde van de onroerende zaak juist is vastgesteld en eventueel bezwaar te maken

Omzetting oudedags-verplichting in lijfrente

Heeft u uw pensioen in eigen beheer al omgezet in een oudedagsverplichting (ODV)? Dan kunt u de ODV nog omzetten in een lijfrente. Wanneer is dat interessant?

Een ODV moet uiterlijk twee maanden na de AOW-datum door de bv worden uitgekeerd. De bv moet de ODV dan in twintig jaar uitkeren. Gedurende die tijd moet de bv blijven bestaan en betaalt de bv kosten voor de jaarrekening en de aangifte. Als de ODV aan een bank of verzekeraar wordt overgedragen voor de aankoop van een lijfrente, dan kan de bv eerder worden opgeheven.

Als u overlijdt nadat de ODV is ingegaan, dan krijgen uw erfgenamen de resterende uitkeringen. Heeft uw echtgenote echter behoefte aan een levenslange uitkering, dan kunt u dat niet regelen via een ODV. Via een lijfrente is
dat wel mogelijk.

Het omzetten van een ODV in een lijfrente is mogelijk totdat u de AOW-leeftijd plus vijf jaar heeft bereikt. Zijn de uitkeringen uit de ODV al ingegaan, dan is omzetting in een lijfrente alleen mogelijk met goedkeuring van de inspecteur. In dat geval moet de gehele ODV worden omgezet in een lijfrente. Raadpleeg uw RB-adviseur over mogelijkheden en de gevolgen.

Geen vrijstelling voor waardestijging aandelen

Erft u een onderneming dan kunt u gebruik
maken van een vrijstelling voor de erfbelasting.
Onlangs oordeelde de rechter echter dat de vrijstelling niet van toepassing is op waardestijging van de aandelen die u op het moment van overlijden al in bezit heeft.


Als u vermogen krijgt uit een erfenis, dan moet u daarover erfbelasting betalen. Ook als uw vermogen toeneemt als gevolg van het overlijden van een familielid, bent u in sommige gevallen erfbelasting verschuldigd over die vermogens-stijging.
Een voorbeeld van zo’n waardestijging doet zich voor als een bv pensioenuitkeringen doet. Overlijdt de pensioengerechtigde, dan hoeft de bv geen pensioenuitkeringen meer te doen. Het gevolg is dat de aandelen in waarde stijgen. Als de aandelen in de bv eigendom zijn van familie van de pensioengerechtigde, dan is de waardestijging belast met erfbelasting. Als de bv ook een onderneming drijft, dan krijgt de aandeelhouder in feite ondernemingsvermogen. De vrijstelling voor de verkrijging van ondernemingsvermogen is echter alleen van toepassing als de overledene de aandelen gedurende één jaar tot zijn overlijden in bezit had. De rechter oordeelde dat niet wordt voldaan aan deze voorwaarde, als de aandelen ten tijde van het overlijden al in bezit zijn van de familie van de overledene.

Bezwaar moet per brief

Als u bezwaar maakt tegen een aanslag, of een andere voor bezwaar vatbare beschikking, dan geldt een aantal wettelijke spelregels. Dat merkte onlangs een steakhouse-eigenaar die via een e-mail bezwaar had gemaakt tegen een informatiebeschikking. Aangezien dat per brief moet, en dus niet per e-mail mag, stelde de inspecteur de ondernemer in de gelegenheid om het bezwaar alsnog schriftelijk in te dienen. De ondernemer deed vervolgens niets. De rechter kon dan ook niet anders dan het beroep niet-ontvankelijk te verklaren en te beslissen dat de informatiebeschikking onherroepelijk vaststond. Gevolg was dat de bewijslast werd om gekeerd. Daardoor moest de ondernemer bewijzen dat de aanslag die de inspecteur had opgelegd onjuist was. Daarin slaagde de ondernemer niet, waardoor de aanslag in stand bleef.

Landbouwregeling afgeschaft per 1 januari 2018

Landbouwers die nog gebruik maakten van de landbouwregeling, vallen met ingang van 1 januari 2018 weer onder de normale btw-regels. Zij moeten vanaf dan omzetbelasting in rekening gaan brengen over de levering van producten. Daar staat tegenover dat zij de aan hen in rekening gebrachte omzetbelasting ook weer kunnen verrekenen.

Deze groep landbouwers zal voor prestaties in 2018 moeten beoordelen of deze belast zijn met het lage btw-tarief of met het normale tarief. Veel landbouwproducten vallen onder het lage tarief, maar hierop zijn ook uitzonderingen. Voor de belaste omzet in 2018 zijn mogelijk in eerdere jaren investeringen of kosten gemaakt. De hierop drukkende omzetbelasting is, als gevolg van de toepassing van de landbouwregeling, echter niet in aftrek gebracht. Voor diverse kosten en investeringen krijgt deze groep dan ook de mogelijkheid deze voorbelasting alsnog (gedeeltelijk) in aftrek te brengen. In eerste instantie zou dit al in de eerste aangifte van 2018 moeten gebeuren. Goedgekeurd is dat dit ook gedurende 2018 mag plaats vinden.
Ook sommige leveranciers van deze landbouwers moeten met ingang van 1 januari 2018 hun facturen anders opstellen. Voor veel dienstverleners gold namelijk dat zij het lage btw-tarief in rekening mochten brengen aan landbouwers die gebruik maakten van de landbouwregeling. Nu deze regeling is afgeschaft moeten zij het reguliere btw-tarief in rekening gaan brengen.

Postadres op de factuur

Onlangs oordeelde het Europese Hof van Justitie dat het is toegestaan om op facturen alleen het postadres te vermelden. Dat betekent dat het niet verplicht is om op uw facturen een vestigingsadres te vermelden. Dit oordeel is van belang voor de btw.

Als u btw moet afdragen over uw omzet, dan mag u de aan u in rekening gebrachte btw in aftrek brengen. U heeft alleen recht op aftrek als u facturen heeft waarop de in rekening gebrachte btw staat vermeld. Deze facturen moeten aan een aantal eisen voldoen.

Een van de eisen is dat het adres van uw leverancier op de factuur staat vermeld. Volgens de Belastingdienst moet dat het vestigingsadres zijn. De Europese rechter besliste echter dat het voldoende is dat het postadres op de factuur wordt vermeld. Dat is een versoepeling ten opzichte van de Nederlandse regels. De Nederlandse belastingdienst zal die regels dus moeten aanpassen. Een juiste factuur is niet alleen van belang voor de aftrek van de aan u in rekening gebrachte btw. Als u aan andere btw-ondernemers levert, dan moeten uw facturen aan dezelfde regels voldoen.

België en afloop pensioen in eigen beheer

Heeft u pensioen in eigen beheer opgebouwd bij uw eigen bv? In het kader van de uitfasering kunt u kiezen om het pensioen om te zetten in een oudedagsverplichting of af te kopen. Bent u inwoner van België? Dan is een belangrijke vraag hoe België de afkoop of omzetting van het Nederlandse pensioen belast.


De Belgische Federale Overheidsdienst Financiën heeft een zogenoemde circulaire gepubliceerd, waarin de Belgische behandeling van de uit-fasering van het Nederlandse pensioen in eigen beheer wordt besproken. Hieruit blijkt het volgende.
Bij afkoop van een pensioen waarvan de uitkeringen nog niet zijn ingegaan, mag Nederland belasting heffen. In België wordt een vrijstelling verleend, voor zover de afkoop ook daadwerkelijk in Nederland wordt belast.
Bij afkoop van een pensioen waarvan de uitkeringen al zijn ingegaan, mag Nederland alleen belasting heffen als de afkoopwaarde meer dan 25.000 euro bedraagt. Ook in dat geval verleent België een vrijstelling voor het gedeelte dat effectief wordt belast in Nederland.

Wordt in 2018 gekozen voor afkoop van het pensioen in eigen beheer, dan is 25% van de uitkering vrijgesteld van belasting in Nederland. Het standpunt van België komt er feitelijk op neer dat België belasting zal heffen over het deel van de afkoopsom dat door Nederland wordt vrijgesteld.
De gevolgen van een omzetting in een oudedagsverplichting voor België blijven onduidelijk. In de circulaire wordt aangegeven dat dit in een later addendum zal worden toegelicht.

Kort nieuws

in een snelle scan op de hoogte

Aangifte schenkbelasting over 2017

Heeft u vorig jaar een of meer schenkingen ontvangen? Doe dan voor 1 maart 2018 aangifte schenk-belasting. Dient u geen aangifte in, dan kunt u een boete krijgen. Let op: schenkingen tot een bedrag van € 2.147 zijn vrijgesteld. U hoeft dan geen aangifte te doen.

 

Lagere aftrek kosten eigen woning 2018

Trekt u de rente voor uw eigen woning (deels) af tegen het tarief in de hoogste belastingschijf? Dan krijgt u in 2018 minder aftrek. Ieder jaar daalt namelijk het maximale tarief van de aftrek. In 2018 is het hoogste belastingtarief 51,95%, maar het hoogste tarief voor de renteaftrek is ´slechts´ 49,5%.

 

Multiplier, giften aan culturele instellingen

Schenkt u aan een ANBI of aan een steunstichting SBBI? Dan zijn de schenkingen (behoudens een drempel en een maximum) aftrekbaar. Gaat het om een culturele ANBI, dan is uw voordeel nog groter. De aftrek wordt ook in 2018 weer verhoogd met 25%, maar maximaal € 1.250.

 

LKV vanaf 2018

Heeft u ouderen of personen met een arbeidsbeperking in dienst? Dan kunt u vanaf 2018 gebruik maken van loonkostenvoordelen (LKV’s). Dit is een tegemoetkoming in de loonkosten. De LKV’s vervangen de oude ‘premiekortingen’. De LKV’s krijgt u volledig uitbetaald. Kijk voor meer informatie op www.uwv.nl.

 

Verhoging pensioenleeftijd per 2018

Zoals u waarschijnlijk al weet, wordt de AOW-leeftijd in stapjes verhoogd naar 67 jaar en 3 maanden. Per 1 januari is de pensioenleeftijd omhoog gegaan van 67 naar 68 jaar. De verhoging van de pensioenleeftijd is nodig omdat de gemiddelde levensverwachting van de Nederlandse bevolking stijgt.


Wijziging box 3

De box 3-belasting over vermogen is veel mensen een doorn in het oog. Goed nieuws: er wordt iets gedaan aan de huidige
regels. Het heffingsvrij vermogen wordt in 2018 verhoogd van € 25.000 naar € 30.000. Fiscaal partners hebben dus een totale vrijstelling van € 60.000.

 

Geen verlenging eerste tariefschijf vpb

Voor vennootschappen zou de belastingdruk lager worden. Door de eerste schijf van de vennootschapsbelasting te verlengen, zou vanaf 2018 meer winst tegen het lagere tarief belast worden. Dat is van de baan. Daarvoor in de plaats komt vanaf 2019 een tariefsverlaging.

 

Terugkeer 10%-regeling toeslagen

Voor de toeslagen wordt de 10%-regeling opnieuw ingevoerd. Dit houdt in dat inkomensstijgingen van de ex-partner of ex-medebewoner na verbreking van het partnerschap of medebewonerschap, op verzoek niet meer meetellen voor het recht op toeslag.


Milieulijst en Energielijst bekend

Investeringen in bedrijfsmiddelen die op de Milieulijst en Energielijst staan, kunnen een mooi belastingvoordeel opleveren. Investeringen in bedrijfsmiddelen op de Milieulijst, kunnen recht geven op milieu-investeringsaftrek (MIA) en/of willekeurige afschrijving milieubedrijfsmiddelen (Vamil). Investeringen die op de Energielijst staan, komen mogelijk in aanmerking voor energie-investeringsaftrek (EIA).