Tip van Romein Broeksteeg -Compensatieregeling voor vrouwelijke zelfstandigen gaat 15 mei 2018 open

Fiscaal totaal/9-3-2018

Vrouwelijke zelfstandigen die tussen 7 mei 2005 en 4 juni 2008 zijn bevallen, kunnen vanaf 15 mei 2018 een compensatie aanvragen bij het UWV. De aanvraagperiode is verruimd van drie naar vierenhalve maand en loopt tot 1 oktober 2018. Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de regeling getekend. In antwoorden op Kamervragen van het lid Van Dijk (SP) gaat de minister nader in op de procedure en informatievoorziening.

Door een wijziging in de Wet arbeid en zorg (Wazo) verviel in mei 2005 de publieke zwangerschaps- en bevallingsuitkering voor zelfstandigen. Vanaf juni 2008 kregen zij via de Wet zwangerschaps- en bevallingsuitkering zelfstandigen (ZEZ) opnieuw recht op een uitkering gedurende tenminste zestien weken. Enkele vrouwen die in de tussenliggende jaren bevielen van een kind, vonden het onterecht dat zij geen beroep konden doen op een publieke zwangerschaps- en bevallingsuitkering en stapten naar de rechter. De afgelopen jaren heeft dit tot verschillende uitspraken geleid. Zo stelde de Hoge Raad in 2011 de vrouwen in het ongelijk, maar de rechtbank Midden-Nederland kwam in 2016 tot een ander oordeel. Na een tussenuitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) in juli 2017 besloot de vorige minister een compensatieregeling te treffen.

Naar schatting zo’n 20.000 vrouwen kunnen daarom vanaf 15 mei 2018 een aanvraag doen voor een compensatie van 5.600 euro bruto. De compensatie wordt vanaf 1 januari 2019 uitgekeerd. Bij het uitwerken van de regeling bleek dit nodig om redenen van zorgvuldigheid. De zwangerschaps- en bevallingsuitkering is een inkomensvoorziening, hierdoor telt de compensatie op bij het (gezins)inkomen van de vrouwen. Dit kan gevolgen hebben voor toeslagen, zoals huur- en zorgtoeslag. Om terugvorderingen zoveel mogelijk te voorkomen, wordt de compensatie in het nieuwe belastingjaar uitgekeerd. Vrouwen kunnen dan tijdig de extra inkomsten doorgeven aan de Belastingdienst.

NB: de regeling is gepubliceerd in de Staatscourant van 12 maart 2018, nr. 14285 (Tijdelijke regeling compensatie zelfstandigen, beroepsbeoefenaren en meewerkende echtgenoten bevallen in het tijdvak 7 mei 2005 tot 4 juni 2008, 7 maart 2018, 2018-0000027251).

Volledige tekst:

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Binnenhof 1 A
2513 AA S GRAVENHAGE

Datum 8 maart 2018

Betreft Kamervragen van het lid Van Dijk (SP) over compensatieregeling zwangere ZZP’ers

Onze referentie 2018-0000041500

Uw referentie 2018Z01840

Hierbij zend ik u de antwoorden op de Kamervragen van het lid Van Dijk (SP) over compensatieregeling zwangere ZZP’ers.

De Minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid,

  1. Koolmees

2018Z01840

Vragen van het lid Jasper van Dijk (SP) aan de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over compensatieregeling zwangere ZZP’ers (ingezonden 5 februari 2018)

1. Bent u bekend met de facebookpagina ’20.000 zwangere ZZP’ers zijn wachten beu’?

Antwoord 1

Ja, daar ben ik mee bekend.

2. Wanneer zal de ministeriële regeling, die is aangekondigd in de brief van 17 oktober 2017 van uw voorganger, worden gepubliceerd in de Staatscourant?2

3. Wat is de reden dat de ministeriële regeling nog niet is gepubliceerd?

Antwoorden 2 en 3

In zijn brief van 17 oktober 2017 heeft mijn ambtsvoorganger aangekondigd dat hij voornemens was om een compensatieregeling te treffen voor vrouwelijke zelfstandigen die zijn bevallen tussen 7 mei 2005 en 4 juni 2008. In deze brief heeft hij de hoofdlijnen geschetst van deze ministeriële regeling. Ook heeft hij opgemerkt dat de voorgestelde regeling op uitvoerbaarheid moet worden getoetst door het UWV en de Belastingdienst. Het UWV heeft de regeling op uitvoerbaarheid getoetst en treft momenteel de benodigde voorbereidingen ter implementatie en uitvoering van de regeling. De Belastingdienst heeft de beoordeling op uitvoerbaarheid recent afgerond.

Naar aanleiding van deze uitvoerbaarheidstoetsen heb ik de regeling aangepast. Bij de Begrotingsbehandeling in december 2017 heeft uw Kamer aandacht gevraagd voor de termijn van de openstelling van de regeling. Ik heb destijds toegelicht dat ik het wenselijk vond dat de compensatie binnen betrekkelijk korte tijd nog in 2018 wordt verstrekt en dat ik daarom gekozen had voor een aanvraagtermijn van drie maanden. Uit de uitvoerbaarheidstoets van de Belastingdienst is echter naar voren gekomen dat het onwenselijk is om de uitbetaling van de compensaties af te ronden in 2018. De compensatie zal nu vanaf 1 januari 2019 worden uitgekeerd. Uitbetaling zal dus in het eerste kwartaal van 2019 plaatsvinden. Dit is nodig om redenen van zorgvuldigheid. De compensatie is een inkomensvoorziening. Hierdoor telt de compensatie op bij het (gezins-)inkomen van de vrouwen. Dit kan gevolgen hebben voor toeslagen, zoals huur- en zorgtoeslag. Om terugvorderingen zoveel mogelijk te voorkomen, wordt de compensatie daarom in het nieuwe belastingjaar uitgekeerd. Vrouwen kunnen dan tijdig de extra inkomsten doorgeven aan de Belastingdienst.

Mijn streven is om de regeling in maart te publiceren in de Staatscourant en in werking te laten treden op 15 mei 2018. De aanvraagtermijn zal lopen tot 1 oktober 2018. Daarmee is de aanvraagtermijn verruimd naar vierenhalve maand. Nu de uitbetalingen niet meer afgerond kunnen worden in 2018, is er immers geen noodzaak meer om de aanvraagtermijn te beperken tot drie maanden. Ik kom met deze verruiming van de aanvraagtermijn mede tegemoet aan de wens die is geuit tijdens de begrotingsbehandeling.

4. Hoe gaat u communiceren met de groep die recht heeft op de compensatieregeling, temeer omdat mogelijke rechthebbenden maximaal drie maanden na publicatie van de regeling de tijd hebben om de regeling aan te vragen?

Antwoord 4

Het UWV zal belast worden met de uitvoering van de regeling. Daarom zal het UWV ook de communicatie over de regeling op zich nemen.

Het UWV zal in ieder geval voorzien in de volgende informatie.

Op de website van UWV komt alle informatie over de regeling die van belang is voor vrouwen die de compensatie willen aanvragen, bijvoorbeeld informatie over de aanvraagprocedure en aanvraagtermijn. Verder zal het UWV de regeling regelmatig via social media onder de aandacht blijven brengen.

Daarnaast zal het UWV de regeling onder de aandacht brengen van verschillende belangenorganisaties, waar vrouwen uit de doelgroep van de compensatieregeling mogelijk lid van zijn. Deze belangenorganisaties kunnen hun achterban dan op hun beurt weer voorzien van informatie over de regeling.

Mijn ministerie zal deze communicatie van het UWV ondersteunen, bijvoorbeeld door rond de publicatie van de regeling een persbericht uit te brengen en door aandacht te geven aan de regeling op de eigen sociale mediakanalen.

5. Waar in de begroting van 2018 zijn de middelen gereserveerd voor de compensatieregeling? Hoe hoog is deze reservering?

Antwoord 5

Ten tijde van het opstellen van de SZW-Begroting 2018 is, vooruitlopend op de uitwerking van de compensatieregeling, een reservering van €38 mln. op artikel 99 (nominaal en onvoorzien) opgenomen.

1. https://facebook.com/groups/143509026338746/

2. Kamerstuk 30 420, nr. 260, p.1

 

 

Tip van Romein Broeksteeg – Opschorting handhaving Wet DBA verlengd tot 1 januari 2020

Register Belastingadviseurs / 12-02-2018


De opschorting van de handhaving van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) is verlengd tot 1 januari 2020. Daarom krijgen opdrachtgevers en opdrachtnemers tot die tijd geen boetes of naheffingen als achteraf geconstateerd wordt dat er sprake is van een dienstbetrekking. Wel gaat het kabinet de handhaving vanaf 1 juli 2018 aanscherpen. Dat blijkt uit een brief aan de Tweede Kamer van minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en staatssecretaris Snel van Financiën.


De Wet DBA heeft niet de gewenste duidelijkheid kunnen scheppen over de vraag wanneer er sprake is van een dienstbetrekking. Sterker nog, het heeft alleen maar geleid tot meer onrust onder zzp’ers en opdrachtgevers. Daarom wil het kabinet per 1 januari 2020 met nieuwe wet- en regelgeving komen.


Tot die tijd wordt de opschorting van de handhaving verlengd en blijft de huidige situatie onveranderd voor opdrachtgevers en opdrachtnemers. Zij krijgen geen boetes en naheffingen. Wel kunnen ze in afwachting van nieuwe wetgeving en bij onzekerheid altijd contact opnemen met de Belastingdienst om afspraken te maken.


Bij kwaadwillenden handhaaft de Belastingdienst wel. Tot 1 juli 2018 vindt handhaving alleen plaats bij de ernstigste gevallen, waarbij opdrachtgevers opereren in een context van opzet, fraude of zwendel. Per 1 juli 2018 richt de handhaving zich ook op de andere kwaadwillenden.


De Belastingdienst kan vanaf 1 juli 2018 handhaven bij kwaadwillenden als hij de volgende drie criteria alle drie kan bewijzen:

  1. Er is sprake van een (fictieve) dienstbetrekking.
  2. Er is sprake van evidente schijnzelfstandigheid.
  3. Er is sprake van opzettelijke schijnzelfstandigheid.

 

Tip van Romein Broeksteeg – fiscale bewaarplicht

De fiscale bewaarplicht is een wettelijke verplichting die geldt voor alle ondernemers in Nederland. Dit betekent dat ondernemers verplicht zijn om bijvoorbeeld de basisgegevens van de administratie zeven jaar te bewaren. Zodanig, dat inspecteurs van de Belastingdienst de administratie binnen een redelijke termijn eenvoudig moeten kunnen controleren.

Dit vraagt nogal wat van ondernemers. Zeker als u gewend bent met oude vertrouwde ordners te werken. Grote kans dat u zonder het te weten, niet aan de bewaarplicht voldoen. Hieronder een aantal feiten over de fiscale bewaarplicht.

1. Fiscale bewaarplicht: wat betekent het?

De fiscale bewaarplicht is een wettelijke verplichting die ondernemers hebben om de Belastingdienst de mogelijkheid te bieden om de administratie tot zeven jaar terug te kunnen controleren. Voor een dergelijke controle, kunnen verschillende aanleidingen zijn. Bijvoorbeeld ingediende aangiften die de Belastingdienst verdacht vindt of een onderzoek die ze verrichten bij bijvoorbeeld een van de leveranciers of een zakenpartner. De inspecteur vraagt dan inzage in de administratie en kijkt of hij fouten of onregelmatigheden kan ontdekken.

2. Wat moet u bewaren en hoe lang?

Om controles van de Belastingdienst mogelijk te maken, dienen ondernemers de basisgegevens van de administratie zeven jaar te bewaren.

Basisgegevens zijn:
• het grootboek
• de debiteuren- en crediteurenadministratie
• de in- en verkoopadministratie en
• de loonadministratie

Naast deze basisgegevens moet u ook gegevens met betrekking tot bijvoorbeeld onroerende zaken bewaren. Deze moeten tien jaar bewaard blijven.

3. Hoe moet u facturen bewaren?

Een belangrijk onderdeel van de fiscale bewaarplicht is de manier waarop gegevens bewaard en ontvangen worden. Volgens de wettelijke bepalingen moeten boeken, bescheiden én gegevensdragers die voor de belastingheffing van belang zijn, bewaard worden zoals ze ontvangen zijn. In de originele staat.

En daar zit ‘m vaak het probleem waar veel ondernemers niet op bedacht zijn. Deze regel schrijft namelijk voor dat u een factuur die u via de mail ontvangt, niet mag uitprinten en fysiek in een ordner mag stoppen. U hebt de factuur immers oorspronkelijk als digitaal bestand ontvangen. Die facturen mag u dus volgens de regels van de fiscale bewaarplicht uitsluitend digitaal opslaan. De tijd dat u alles veilig in een ordner kunt opbergen, is daarmee voorgoed voorbij.

Een digitale factuur dient u dus digitaal te bewaren. Alleen de factuur zelf opslaan is nog niet voldoende. De Belastingdienst wil dat u aantoont dat na ontvangst, de factuur niet eigenhandig is aangepast. Dit doet u door niet alleen de factuur zelf, maar bijvoorbeeld ook de mail op te slaan waarin de factuur als bijlage zat. Zo kan de inspecteur zien dat de factuur die u als pdf- of Word-bestand heeft opgeslagen dezelfde is als die oorspronkelijk via de mail is ontvangen. Een belangrijke voorwaarde als het gaat om digitaal bewaren van de administratie.

4. Digitale facturen niet zomaar digitaal bewaren

Een andere belangrijke voorwaarde is om deze gegevens vervolgens zeven jaar lang te bewaren. Om dit correct te doen, dient u, volgens een geldende procedure, back-ups te maken. Zodanig dat de complete administratie gedurende die jaren toegankelijk en controleerbaar blijft.

5. Hoe bewaart u fysieke facturen op papier?

Een factuur die u via de post op papier ontvangt, mag u wel digitaliseren en digitaal bewaren. Het bronbestand (de factuur op papier) vervangt u daarmee door een digitaal bestand. Dit wordt ‘conversie’ genoemd. Van belang hierbij is, dat de echtheidskenmerken van het origineel niet verloren gaan. Hierover zegt de Belastingdienst dat ‘de beheersingsmaatregelen in de organisatie tezamen met de geconverteerde gegevens (bijvoorbeeld een scan) de gewenste zekerheid moeten geven over de echtheid van het document’. Wat betekent dat?

Dit betekent dat het aan te raden is om bonnen en facturen ook in originele staat te bewaren…op papier dus. Vooral contant betaalde bonnen zijn voor de Belastingdienst lastig op echtheid te controleren.