Nieuwsbrief 03 2018

Fiscaal Actueel
Uitgave van het Register Belastingadviseurs
Klantennieuwsbrief met actuele en praktische artikelen, speciaal voor klanten van leden van het RB.

Klik hier voor de originele nieuwsbrief.

Massaal bezwaar box 3 2017

De belastingheffing in box 3, de zogenaamde vermogensrendementheffing, is al jaren een doorn in het oog van veel belastingplichtigen. Grootste klacht is dat de forfaitair vastgestelde rendementen in de werkelijkheid bij lange na niet (kunnen) worden gehaald.

De staatssecretaris van Financiën heeft in een Besluit van 14 juli 2018 bezwaarschriften tegen de vermogensrendementheffing in de aanslag inkomstenbelasting 2017 (IB 2017) als massaal bezwaar aangewezen. Dat betekent dat tijdig ingediende bezwaren tegen de vermogensrendementheffing in de aanslag IB 2017 collectief worden afgedaan en daarvoor proefprocedures worden aangewezen. Maakt u dus tijdig bezwaar, dan kunt u daarop meeliften. U hoeft dan niet zelf de bezwaarprocedure bij de Belastingdienst en de beroepsprocedures bij de verschillende rechters te voeren, met de daaraan verbonden kosten. Heeft u uw bezwaarschrift vóór 15 juli 2018 ingediend? Dan bent u in ieder geval op tijd. In alle andere gevallen moet u binnen zes weken na de aanslag bezwaar hebben gemaakt.

Maakt u in uw bezwaarschrift ook bezwaar tegen andere onderdelen dan de vermogensrendementheffing (bijvoorbeeld de aftrek hypotheekrente)? Dan wordt het bezwaarschrift gesplitst. In dat geval beoordeelt de inspecteur de bezwaren tegen die andere onderdelen apart en daarop volgt een individuele uitspraak. Bent u het met die uitspraak niet eens, dan moet u daartegen afzonderlijk en dus individueel bij de rechtbank in beroep gaan.

Let op: als u vindt dat de vermogensrendementheffing, gezien uw vermogenssamenstelling of rendementen, in uw persoonlijke situatie tot een buitensporige last leidt, dan kunt u op grond van het besluit niet meedoen aan het collectief bezwaar. U moet dan altijd zelf een bezwaar- en eventueel beroepsprocedure gaan voeren.

Ga samen met uw RB na of een bezwaarschrift ook voor u kan lonen en of u kunt en wilt aansluiten bij de massaal bezwaarprocedure. Doe dat ook tijdig want te laat is te laat.

Toezichtsplan Arbeidsrelaties

De Belastingdienst heeft het Toezichtsplan Arbeidsrelaties gepubliceerd. Dit plan gaat over de handhaving op schijnzelfstandigheid onder de Wet DBA vanaf 1 juli 2018.

Doel van het plan
Het doel van het toezichtsplan is drieledig:
1. Toezicht houden op de juiste toepassing van de loonheffingen in het licht van de kwalificatie van de arbeidsrelatie.
2. Handhavend optreden waar sprake is van kwaadwillendheid.
3. In gesprek gaan met opdrachtgevers over hun praktijkervaringen.

Selectie van opdrachtgevers
Het plan houdt in dat de Belastingdienst minimaal 100 opdrachtgevers selecteert voor een bezoek. De selectie omvat diverse branches en sectoren. De focus ligt bij opdrachtgevers die nog niet in beeld zijn geweest of die nog niet werken met een goedgekeurde (model)overeenkomst. Opdrachtgevers die wel werken met een beoordeelde en goedgekeurde (model)overeenkomst kunnen echter ook aan bod komen.

Handhaving Wet DBA
De handhaving van de Wet DBA is opgeschort tot in ieder geval 1 januari 2020. Opdrachtgevers en opdrachtnemers krijgen tot die tijd geen boetes of naheffingen als achteraf toch een dienstbetrekking wordt geconstateerd. De handhavingsmogelijkheden bij kwaadwillendheid zijn per 1 juli 2018 echter verruimd. Handhaving richt zich niet langer op de meest ernstige gevallen van kwaadwillendheid, maar is verbreed tot alle kwaadwillenden.

De Belastingdienst moet bewijzen dat sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking én van evidente en opzettelijke schijnzelfstandigheid. Pas dan kan een naheffingsaanslag loonheffingen met boete worden opgelegd en komt eventueel ook het strafrechtelijk traject in beeld.

Nieuwe regels voor ‘kleine’ en ‘heel kleine’ pensioenen

HeVanaf 1 januari 2019 gelden er nieuwe regels voor ‘kleine’ en ‘heel kleine’ pensioenen. Wat betekent dat voor u?

‘Heel kleine pensioenen’ vervallen
De ‘heel kleine pensioenen’ (pensioenen van € 2 of minder bruto per jaar) vervallen per 1 januari 2019. Heeft u een ‘heel klein pensioen’? Neemt u dan nog voor 1 januari 2019 contact op met uw pensioenuitvoerder (bijvoorbeeld een verzekeraar of pensioenfonds) om na te vragen wat de mogelijkheden zijn. Misschien kunnen zij het geld naar u overmaken of overdragen aan uw huidige pensioenuitvoerder. Op mijnpensioenoverzicht.nl kunt u zien of u ergens een ‘heel klein pensioen’ heeft opgebouwd.

Automatische samenvoeging voor ‘kleine pensioenen’
Ook de regels voor ‘kleine pensioenen’ (pensioenen van meer dan € 2 en minder dan € 474,11 bruto per jaar) veranderen. Die ‘kleine pensioenen’ kunnen vanaf 1 januari 2019 niet meer voortijdig worden afgekocht en aan u uitbetaald. Ze moeten dus blijven staan. Deze kleine pensioenpotjes worden vanaf 1 januari 2019 wél automatisch samengevoegd bij het pensioen dat u nu opbouwt. Zo kunt u uw pensioen toch behouden.

Meer informatie vindt u op rijksoverheid.nl. Voor meer informatie bent u natuurlijk ook uw RB op het juiste adres.

Inkomsten uit verhuur tuinhuis niet belast

Onlangs oordeelde de rechter dat de huurinkomsten uit de verhuur van een tuinhuis onbelast zijn. Wat betekent deze uitspraak voor u?

De uitspraak
De uitspraak gaat over een eigen woning, waartoe ook een tuinhuis behoort. In 2015 wordt het tuinhuis 21 dagen verhuurd. De huuropbrengst is niet aangegeven in de aangifte inkomstenbelasting 2015. De belastinginspecteur heeft een navorderingsaanslag opgelegd, omdat hij vindt dat de regeling voor tijdelijke verhuur van een eigen woning van toepassing is. Op basis van die regeling moet 70% van de huurinkomsten aangegeven worden als inkomsten uit eigen woning.

Volgens de rechtbank is deze regeling echter niet van toepassing, omdat niet de gehele eigen woning wordt verhuurd.

De praktijk
Betekent deze uitspraak dat de verhuur van een gedeelte van de eigen woning altijd onbelast is? Nee. Eerst moet worden beoordeeld of het verhuurde object tot de eigen woning behoort. Een bouwwerk dat bijvoorbeeld op een ander perceel staat, of een zelfstandige woning vormt, hoort niet bij de eigen woning. De huur is dan niet onbelast, maar belast in box 3.

Voorts mag geen sprake zijn van structurele verhuur. Ook in dat geval hoort het verhuurde deel niet langer tot de eigen woning, maar tot box 3. Waar de grens ligt tussen structurele verhuur en incidentele verhuur is niet goed aan te geven.

Wenst u duidelijkheid over uw eigen situatie? Raadpleeg dan een RB.

Btw en business seats

Onlangs heeft de rechter geoordeeld over de btw op business seats in een voetbalstadion. De vraag daarbij is of een ondernemer de btw in aftrek kan brengen die in rekening wordt gebracht voor het gebruik van business seats. Daarbij moet volgens de rechter onderscheid worden gemaakt tussen het gebruik door personeelsleden en door klanten. Volgens de rechter is het bijwonen van een sportwedstrijd of een ander recreatief evenement een privéaangelegenheid. Dat betekent dat de btw niet aftrekbaar is als personeelsleden gebruik maken van de business seats, tenzij het bedrijfsbelang hun aanwezigheid vereist. Worden de business seats gebruikt door klanten, dan is de btw niet aftrekbaar als de klant de btw zelf niet zou kunnen aftrekken.

Kabinet kondigt compensatieregeling voor gedupeerde ondernemers aan

Moest u een tussen 2014 en 2016, op grond van het besluit bijstandsverlening zelfstandigen (bbz), ontvangen lening als gift bij uw inkomen tellen? En werden daardoor toeslagen teruggevorderd? Goed nieuws: de staatssecretaris heeft een compensatieregeling aangekondigd.

Het bbz biedt een tegemoetkoming voor ondernemers in (tijdelijke) financiële problemen. U krijgt deze tegemoetkoming eerst in de vorm van een lening. Kunt u die lening niet terugbetalen, dan kan die lening worden omgezet in een gift. In de jaren 2014-2016 moest die gift tot het inkomen worden gerekend, waardoor het recht op toeslagen lager werd. Een groep ondernemers moest hierdoor toeslagen terugbetalen, wat in bepaalde gevallen tot betalingsnood heeft geleid. Per 2017 is dit probleem opgelost door de gift niet langer tot het inkomen te rekenen. In plaats daarvan betaalt de gemeente de eindheffing over de gift.

De wettelijke basis voor de tegemoetkoming zal met Prinsjesdag in het Belastingplan 2019 worden opgenomen. Dan wordt ook meer bekend gemaakt over de verdere details van de compensatieregeling.

Wilt u weten wat dit voor u betekent? Dan kunt u natuurlijk altijd terecht bij uw RB.

(On)belaste dwangsom

Het komt met enige regelmaat voor. Een verschil van mening tussen werkgever en werknemer dat bij de rechter eindigt. De rechter koppelt aan zijn uitspraak vaak een dwangsom. Als die dwangsom vervolgens door de werkgever wordt verbeurd, vormt dat bedrag dan loon?


Loon is een ruim begrip. Ook een dwangsom zou daar onder kunnen vallen. Eerdere rechtspraak wijst inderdaad in die richting. Het Hof Amsterdam zag onlangs echter ruimte voor een onbelast uit te betalen dwangsom. Een luchtmachtmilitair maakte bezwaar tegen een beslissing van zijn werkgever, het Ministerie van Defensie. Dat bezwaar werd niet binnen de geldende termijn afgedaan, waardoor de werkgever een dwangsom verbeurde. Uit de wetsgeschiedenis bleek – volgens de rechter – onvoldoende verband tussen dienstbetrekking en dwangsom. De dwangsom was slechts ingevoerd om klagers een effectief instrument te geven tegen trage beslissingen.

Het bijzondere in deze zaak was dat de klager militair ambtenaar was. Degene bij wie het bezwaar was gemaakt was tegelijkertijd de werkgever. Bij iemand die elders werkzaam was, geklaagd had en ook een dwangsom toegekend kreeg zou geen sprake zijn geweest van loon. Het zou vreemd zijn om de belastingplichtige in kwestie anders te behandelen dan iemand die niet bij de overheid werkzaam was. Ook in deze situatie werd immers een dwangsom toegekend omdat een bestuursorgaan niet op tijd op een ingediend bezwaar had beslist. Er was daarom volgens het Hof geen sprake van loon, en de schadevergoeding bleef dus onbelast.

Herziening voorbelasting door agrariërs door vervallen landbouwregeling

Door de afschaffing van de landbouwregeling in de btw per 1 januari 2018, zijn alle agrariërs ‘normale’ btw-ondernemers zijn geworden. Nu kunnen zij de door hen betaalde omzetbelasting als voorbelasting verrekenen.

Onduidelijk was of zij nog voorbelasting konden verrekenen over de periode voordat zij normale btw-ondernemer waren. Voor machines en gebouwen was dat al duidelijk, nu is dat ook duidelijk geworden voor de voorraad dieren en agrarische producten.

De Belastingdienst heeft overleg gevoerd met een aantal brancheorganisaties en de grote belastingadvieskantoren in de agrarische sector over de te verrekenen (herziene) voorbelasting op aanwezige voorraden per 1 januari 2018. Voor diverse diersoorten (rundvee, geiten, kippen e.d.) zijn vaste percentages gepubliceerd over de te herziene omzetbelasting. Ook voor agrarische producten (in opslag of als veldinventaris) zijn percentages vastgesteld. Het gaat steeds om voorraden, dus niet om dieren of agrarische producten die kwalificeren als bedrijfsmiddel. Daarvoor gelden andere regels.

Niet iedere bril is een bril

Koopt u dit jaar een nieuwe bril? Dan kunt u de kosten van die bril niet in aftrek brengen op uw inkomen in uw aangifte inkomstenbelasting. Deze kosten zijn sinds 1 januari 2009 namelijk uitgesloten van aftrek. Volgens de rechter geldt deze aftrekuitsluiting niet voor alle brillen. Soms zijn de kosten dus wél aftrekbaar. Dat volgt uit een uitspraak over een belastingplichtige die de kosten voor een beschermende bril in aftrek had gebracht. Het betrof een bril die zijn ogen beschermde tegen blauw licht om verdere achteruitgang van zijn ogen te vertragen. De bril had geen op sterkte geslepen glazen. De rechter oordeelde dat de kosten van deze bril wel aftrekbaar zijn. De aftrekuitsluiting geldt echter alleen voor brillen die het gezichtsvermogen van de drager ondersteunen.

Neem voor meer informatie contact op met uw RB.

Gebruik van BSN door zzp’ers wordt beëindigd

Bescherming van privacy is een belangrijk aspect in onze huidige samenleving. Het gebruik van het BSN is dan ook veelal voorbehouden aan overheidsinstanties zoals de Belastingdienst, gemeenten, uitkeringsinstanties en dergelijke.

Ook werkgevers en banken hebben het BSN natuurlijk altijd nodig. Daarom is in veel wetten vastgelegd wie het nummer mag gebruiken en waarvoor. Ook is een toezichthouder door de overheid ingesteld, te weten de Autoriteit Persoonsgegevens (AP).

De AP heeft onlangs een rapport gepubliceerd over het gebruik van het BSN door zzp’ers. Als een zzp’er zich aanmeldt bij de Belastingdienst als startende ondernemer, dan krijgt deze van de Belastingdienst een btw-nummer. Dit btw-nummer is echter gelijk aan het BSN en dat mag volgens de AP dus niet. Het BSN is een persoonsgegeven dat alleen op basis van wettelijke regels aan derden hoeft worden verstrekt. De zzp’er is echter verplicht het btw-nummer (en dus zijn BSN) te vermelden op zijn website, facturen e.d. Daarmee is de privacy van de zzp’er in het geding, volgens de AP. Het Ministerie van Financiën heeft inmiddels kenbaar gemaakt dat een nieuw systeem zal worden ontwikkeld waarbij het BSN niet langer onderdeel uitmaakt van het btw-nummer. Dat betekent dat zzp’ers op termijn (vermoedelijk met ingang van 2020) een ander btw-nummer krijgen.

Omkeren na overlijden

Omkeren van de bewijslast is een machtig middel, dat grote gevolgen kan hebben. Het vormt in de praktijk een sanctie op onwenselijk gedrag. Denk aan het niet doen van aangifte. Maar kan dit middel ook na het overlijden van een belastingplichtige worden ingezet?

Wie niet aan zijn fiscale verplichtingen voldoet kan te maken krijgen met ‘omkering en verzwaring van de bewijslast’. Met als gevolg dat de fiscus een (forse) aanslag oplegt naar een geschat bedrag. U moet dan maar bewijzen dat die aanslag niet deugt. In de praktijk een hopeloze opgave. Maar kan dit zware middel ook nog ingezet worden na het overlijden van de belastingplichtige? In het recht geldt immers dat wie is overleden niet meer vervolgd of bestraft kan worden. In een berecht geval waren navorderingsaanslagen inkomstenbelasting opgelegd, waarbij de bewijslast was omgekeerd en verzwaard. Bestrijden van deze aanslagen was dus erg lastig. Toch hielden de aanslagen stand, omdat de Hoge Raad besliste dat omkering van de bewijslast geen sanctie is maar slechts een administratiefrechtelijk dwangmiddel. Dat de belastingplichtige zich niet meer persoonlijk kon verdedigen en dat het de erfgenamen waren die financieel getroffen werden was daarom niet meer van belang.

Waardering verhuurde woningen in box 3

Vanwege de lage rentestand hebben veel particulieren de afgelopen jaren gezocht naar beleggingen met beperkte risico’s. Velen vonden die in verhuurde woningen. De Belastingdienst heeft onlangs informatie over de fiscale spelregels beschikbaar gesteld.

Hoofdregel is dat de waarde van de woning in box 3 wordt gesteld op de door gemeente vastgestelde WOZ-waarde. Het door de belegger betaalde aankoopbedrag is dus niet relevant. Op deze hoofdregel zijn echter ook uitzonderingen. Als de woning wordt verhuurd mag soms namelijk rekening worden gehouden met de zogenaamde leegwaarderatio. Deze leegwaarderatio wordt bepaald op basis van de overeengekomen huur in verhouding tot de WOZ-waarde. Het hieruit voortvloeiende percentage bepaalt met hoeveel procent de WOZ-waarde van de gemeente mag worden verlaagd en daarmee ook de uiteindelijk te betalen belasting. Zelfs bij een forse huur (meer dan 7% van de WOZ-waarde) hoeft daarom maar 85% van de WOZ-waarde in box 3 te worden aangegeven.

Bedacht moet echter worden dat bovenstaande berekening van de waarde in box 3 alleen van toepassing is als de woning op 1 januari van het belastingjaar ook daadwerkelijk is verhuurd. Is dat niet het geval, dan moet de volledige WOZ-waarde worden aangegeven. Zorg er dus voor dat de woning altijd per deze datum verhuurd is. Ook geldt deze berekeningswijze alleen indien de huurder zogenaamde huurbescherming geniet. Voor tijdelijk verhuurde woningen (zonder huurbescherming) geldt de berekening ook niet. Naast een hoger rendement, kan het verhuren van woningen dus ook leiden tot een belastingbesparing.

Oesters

Nog betere seks. Wie wil dat nu niet? Soms moet de natuur een handje geholpen worden. Oesters, pure chocolade, asperges, vijgen en truffels; het zou naar verluidt wonderen verrichten. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat alleen de suggestie al voldoende is. Er zijn ook minder onschuldige middeltjes te koop, zoals het bekende ‘Spaanse vlieg’. Zijn dat nu fiscaal bezien – zoals oesters en asperges – ook gewoon levensmiddelen? Het belang is duidelijk: levensmiddelen vallen onder het verlaagde tarief van 6% in de omzetbelasting. Eerdere rechters waren het er niet over eens, maar nu heeft de Hoge Raad gesproken; alles wat mensen door de mond tot zich nemen kan als voedingsmiddel worden aangemerkt. Dus ook lustopwekkende middelen. Maar misschien moest u toch eerst maar eens beginnen met oesters en champagne.

RVU: objectiviteit bepaalt fiscale gevolgen


We moeten langer doorwerken. Dan is het vreemd om vertrekregelingen voor oudere werknemers te faciliteren. In dat geval zou men immers eerder stoppen in plaats van gewoon tot aan de AOW leeftijd te blijven doorwerken. Daarom bevat de loonbelasting de Regeling voor Vervroegde Uittreding, beter bekend als RVU.


Een RVU is een regeling die (nagenoeg) uitsluitend ten doel heeft te voorzien in uitkeringen ter overbrugging van de periode tussen het einde van de dienstbetrekking en de AOW (of een eerdere pensioendatum). De RVU dreigt de werkgever met een strafheffing van 52% bovenop de gebruikelijke loon- en inkomstenbelasting. Geen klein bier dus.

Van groot belang is dat de Hoge Raad recent beslist heeft dat voor de vraag of sprake is van een RVU doorslaggevend is of de uitkeringen bedoeld zijn ter overbrugging of aanvulling op het inkomen van de gewezen werknemer tot aan de pensioendatum. Niet van belang zijn de redenen van de werkgever om de uitkeringen te doen, de redenen voor de werknemer om mee te doen of de hoogte van de overeengekomen beëindigingsvergoedingen.

Door het arrest zal bij reorganisaties waardoor een gedeelte van het personeel moet afvloeien niet snel meer sprake zijn van een RVU als deze regeling niet bedoeld is ter overbrugging of aanvulling op het inkomen van de gewezen werknemer tot aan pensioendatum. Het is dan ook heel goed mogelijk dat de wetgever het nu ontstane gat snel zal gaan
repareren!


Kort nieuws

in een snelle scan op de hoogte

Schenking gekregen? Online doorgeven

Wilt u voor schenkingen die u in 2018 kreeg/krijgt, aangifte schenkbelasting doen? Dan kunt u sinds kort gebruik maken van de online aangifte in Mijn Belastingdienst (https://mijn.belastingdienst.nl/mbd-pmb/). De aangifte over schenkingen in 2018 hoeft u overigens pas in februari 2019 te doen.


Belastingdienst zoekt hulp van zzp-ers
De Belastingdienst zoekt zzp-ers voor een proef met online boekhoudpakketten. Daarmee doet u in één keer de boekhouding, de btw-aangifte en de betaling. Eventueel kunt u deelnemen aan een interview. Door deel te nemen kunt u een vergoeding krijgen. Interesse? Meld u aan bij Zeker-Online.


S&O-verklaring geen garantie voor S&O-aftrek
Wilt u S&O-aftrek claimen? Zorg dan naast de S&O-verklaring voor een goede onderbouwing van uw uren binnen de onderneming die u besteedt aan innovatieve werkzaamheden. De S&O-verklaring alleen is volgens Rechtbank Noord-Nederland namelijk niet genoeg.

Nieuwe regeling fiscale aftrek onderhoud monumenten
Onlangs heeft de minister van OCW in een brief aangegeven dat de fiscale aftrek voor onderhoud aan monumenten in een subsidieregeling wordt omgezet. Dit om de kwaliteit van onderhoud aan monumenten beter te kunnen toetsen. De omzetting vindt per 2019 plaats


Meldplicht belastingconstructies: ook voor belastingplichtigen
Vanaf 1 juli 2020 moeten onder andere belastingadviseurs grensoverschrijdende belastingconstructies melden aan de overheid. Soms moet echter de ontvanger van het advies melden. Let op: ook adviezen waarvan de eerste stap vanaf 25 juni 2018 wordt geïmplementeerd, vallen straks onder de meldingsplicht.


Uitstel stroom-lijning IB en toeslagen
Veel burgers hebben met toeslagen én inkomstenbelasting te maken. Maar omdat voor beiden verschillende regels gelden, raken veel mensen het overzicht kwijt. Om deze reden zouden de regelingen per 2019 gestroomlijnd worden. Dat blijkt echter niet haalbaar, dus wordt dit uit-gesteld tot na 2021.


EIA blijft, maar wordt versoberd
Onlangs heeft het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat gezegd dat de EIA als fiscale stimuleringsmaatregeling heel belangrijk is voor de energie- en klimaatdoelen. De regeling wordt daarom niet ingetrokken. Wel wordt het aftrekpercentage van 54,5% verlaagd naar 45%.

Beperking 30%-regeling
Heeft u een ‘30%-regeling’? Dan kan gedurende acht jaar grofweg 30% van het loon onbelast worden uitbetaald door de werkgever. Het Ministerie van Financiën wil de regeling vanaf 2019 verkorten tot vijf jaar. Ondanks veel kritiek lijkt dit ook te gebeuren voor al bestaande gevallen.


Cryptovaluta en de belastingaangifte
Hoort u ook steeds vaker over bitcoins en andere cryptovaluta? Wellicht heeft u deze zelf in het bezit. Wilt u weten hoe het hier fiscaal mee zit en wat de gevolgen zijn voor de aangifte? Lees dan de Kamerbrief van de staat-secretaris van Financiën van 28 mei 2018 waarin hij de fiscale aspecten van cryptovaluta beschreef.

Teruggaaf buitenlandse btw
Bent u ondernemer met btw belaste prestaties? En heeft u in 2017 een factuur uit een ander land van de EU ontvangen? Verzoek dan voor 1 oktober 2018 om teruggaaf van deze btw. U kunt het verzoek doen via de portal van de Belastingdienst. De Belastingdienst stuurt uw verzoek dan door naar het andere EU-land.