Nieuwsbrief 04 2017

Fiscaal Actueel
Uitgave van het Register Belastingadviseurs
Klantennieuwsbrief met actuele en praktische artikelen, speciaal voor klanten van leden van het RB.

Deze keer boordevol Eindejaarstips! Lees ze hier.

 

Klik hier voor de originele nieuwsbrief

Belangrijke wijziging huwelijksvermogensrecht per 1 januari 2018

 

Tot 1 januari 2018 worden huwelijken nog standaard gesloten in algehele gemeenschap van goederen. Daarna is de standaard een beperkte gemeenschap van goederen. Trouwt u na 2017, of sluit u na 2017 een geregistreerd partnerschap, dan is het uitgangspunt dat alleen het vermogen dat u tijdens het huwelijk of het geregistreerd partnerschap heeft opgebouwd van u samen is, evenals het vermogen dat reeds van u samen was vóór het huwelijk.
Wilt u toch voor een algehele gemeenschap van goederen kiezen? Dan kunt u voor het opstellen van huwelijkse voorwaarden bij een notaris terecht.

Hoe oud zijn uw debiteuren?

Als uw klant uw rekening niet betaalt, dan heeft u recht op teruggave van de door u afgedragen btw. U heeft recht op teruggave als komt vast te staan dat de klant uw factuur niet meer zal betalen. Voorwaarde is uiteraard wel dat u btw in rekening heeft gebracht aan uw klant.

Nieuw sinds 1 januari 2017 is dat uw recht op teruggave vervalt, één jaar nadat de factuur opeisbaar is geworden. Die termijn begint te lopen zodra de betalingstermijn van de factuur is verstreken.
Voor vorderingen die op 1 januari 2017 al opeisbaar waren, is die termijn gaan lopen op 1 januari 2017. Als deze vorderingen op 1 januari 2018 nog niet zijn betaald, kunt u de door u betaalde btw nog terugvragen in de btw-aangifte over januari 2018. Daarna vervalt uw recht op teruggave van btw voor deze vorderingen.
Vanaf 1 januari 2018 moet u daarom ieder aangifte tijdvak (per maand of per kwartaal) een analyse maken van de ouderdom van de nog openstaande facturen. Doet u dat niet, dan loopt u het risico dat uw recht op teruggave van btw vervalt. Vraag uw RB-adviseur om meer informatie en advies.

Dividendbelasting voor coöperaties

Vanaf 1 januari 2018 worden coöperaties inhoudingsplichtig voor de dividendbelasting. 
Dat betekent dat coöperaties vanaf 1 januari 2018 onder omstandigheden dividendbelasting moeten inhouden als zij winst uitkeren aan hun leden.

Het op Prinsjesdag ingediende wetsvoorstel heeft met name betrekking op internationale structuren, maar kan ook leiden tot inhoudingsplicht in binnenlandse situaties.
Een coöperatie hoeft vanaf 1 januari 2018 alleen dividendbelasting in te houden op uitkeringen aan leden die een kwalificerend lidmaatschapsrecht hebben. Op uitkeringen aan andere leden hoeft de coöperatie geen dividendbelasting in te houden. Een kwalificerend lidmaatschapsrecht is een lidmaatschapsrecht dat aan twee voorwaarden voldoet. De eerste voorwaarde is dat het lidmaatschapsrecht recht moet geven op ten minste 5% van de jaarwinst van de coöperatie, of op ten minste 5% van de uitkering bij liquidatie van de coöperatie. Lidmaatschapsrechten die recht geven op minder dan 5% van de jaarwinst of liquidatie-uitkering zijn dus geen kwalificerende lidmaatschapsrechten.
De tweede voorwaarde is dat de 
coöperatie een houdstercoöperatie moet zijn. Dat is een coöperatie die zelf geen of nauwelijks ondernemingsactiviteiten verricht. Daarvan is 
bijvoorbeeld sprake als de onder–nemings-activiteiten van de coöperatie via een bv worden verricht. Voldoet uw coöperatie aan deze voorwaarden, dan moet dividendbelasting worden ingehouden op uitkeringen aan de leden met een kwalificerend lidmaatschapsrecht.
In de meeste gevallen hoeven 
coöperaties die actief zijn in het Nederlandse mkb geen dividendbelasting in te houden op uitkeringen aan hun leden. Denkt u dat uw coöperatie mogelijk voldoet aan de hierboven vermelde voorwaarden, neem dan contact op met uw RB-adviseur.

Geeft het regeerakkoord ‘vertrouwen in de toekomst’?

In het regeerakkoord kondigt het kabinet Rutte III verschillende fiscale maatregelen aan, die van belang zijn voor u als mkb-ondernemer. Het kabinet heeft zich daarbij gehouden aan een klassieke smaakcombinatie van zoet en zuur.

IB-ondernemers
In de inkomstenbelasting komt een zogenoemd tweeschijvenstelsel in box 1 met lagere tarieven. Een belastbaar inkomen tot € 68.800 wordt dan belast tegen 36,93%, daarboven tegen 49,5%. De zelfstandigenaftrek is dan nog slechts aftrekbaar tegen het laagste tarief.

Ondernemen in de bv
Ook de winst in de bv wordt in de 
periode 2019-2021 geleidelijk lager belast; uiteindelijk 16% voor winsten tot € 200.000 en daarboven 21%. De verlenging per 1 januari 2018 van de eerste tariefschijf naar € 250.000 gaat niet meer door.
Het zuur komt verder bij de bv tot uitdrukking doordat:
• verliezen straks nog slechts zes jaar kunnen worden verrekend met toekomstige winsten, in plaats van nu negen jaar;
• de afschrijving op bedrijfspanden in eigen gebruik wordt beperkt. Nu kunt u nog afschrijven tot 50% van de WOZ-waarde, dat wordt tot 100% van de WOZ-waarde;
• het effectieve tarief van de innovatiebox per 1 januari 2018 stijgt van 5% naar 7%.

Bovendien krijgt u als aandeelhouder te maken met een tariefstijging. Het huidige tarief van 25% stijgt naar 27,3% in 2020 en 28,5% in 2021. Hierdoor komt het gecombineerde tarief inkomstenbelasting/vennootschapsbelasting uit op maximaal 43,5% (nu 43,75%). De plannen moeten nog worden omgezet in wetgeving. Wilt u weten wat deze plannen betekenen voor uw onderneming?

Vraag het uw RB-adviseur.

EINDEJAARSTIPS

Voor het nieuwe  jaar zijn er een aantal wijzigingen waar u rekening mee moet houden. Lees hier een greep uit de eindejaarstips.

Voor een volledige lijst met tips klik hier

Kom uw huwelijksvoorwaarden na

Heeft u huwelijkse voorwaarden met een periodiek verrekenbeding? Dan moet u de inkomsten periodiek verrekenen. Het is belangrijk dat u dit doet. Doet u dat namelijk niet, dan wordt bij beëindiging van het huwelijk namelijk gedaan alsof er een gemeenschap van goederen was.

Betaal de rente voor 
uw woning vooruit

Heeft u een eigen woning? Dan is de rente die u hier in 2017 voor betaalt, aftrekbaar van uw inkomen over 2017. Overweeg de rente voor de eerste zes maanden van 2018 vooruit te betalen. Voordelen hiervan zijn dat die vooruitbetaalde rente ook in 2017 aftrekbaar is, het maximale percentage voor aftrek in 2017 hoger is dan in 2018 én het vooruitbetaalde bedrag op 
1 januari 2018 niet meer op uw rekening staat, zodat u daar geen belasting in box 3 over betaalt. Veel voordelen dus.

Betaal uw premies 
voor lijfrente op tijd

Heeft u een lijfrente? Betaal de premie dan op tijd, want deze zijn dit jaar alleen aftrekbaar voor de inkomstenbelasting als u ze in 2017 nog betaalt. Natuurlijk moet u wel een pensioentekort hebben, dus voldoende jaarruimte of reserveringsruimte. Gaat het om een lijfrente voor de staking van een onderneming? Dan heeft u meer tijd. Deze premie moet u voor 1 juli 2018 hebben betaald om deze nog in 2017 te kunnen aftrekken.

verminder de belasting in box 3

Heeft u meer dan € 30.000 vermogen (partners: 
€ 60.000)? Verlaag dan de grondslag voor box 3 vóór 
1 januari 2018. U voorkomt/vermindert box 3 
belasting als u uw geld gebruikt om bijvoorbeeld een auto of sieraden te kopen. Of overweeg uw kinderen een schenking te doen. Zij blij, u blij.

Woning onder water: verkoop dit jaar nog

Heeft u een restschuld voor een eigen woning of krijgt u die nog in 2017? Dan mag u de rente daarop de komende vijftien jaar aftrekken. Zelfs als u hierop niet aflost of geen nieuwe eigen woning koopt. Per 1 januari 2018 wijzigen de regels. Krijgt u ná dit jaar een restschuld, dan is de rente hierover niet aftrekbaar. Staat uw woning onder water maar wilt u deze wél verkopen? Neem dan dit jaar nog het verlies zodat u nog wel rente-aftrek over de restschuld heeft.

Afschaffing onderhoudskosten monumentenwoning: plan uw uitgaven

Heeft u of woont u in een monumentenwoning? Dan kunt u de onderhoudskosten hiervan voor 80% in aftrek brengen van de inkomstenbelasting. Deze zijn in 2017 aftrekbaar als u deze dit jaar betaalt, verrekent of rentedragend maakt. Alleen dit en volgend jaar zijn de onderhoudskosten aftrekbaar. Vanaf 2019 geldt deze regeling niet meer.

Aftrek scholingskosten: alleen nog in 2017 en 2018

Heeft u scholingskosten? Dan zijn deze onder voorwaarden aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. Belangrijk is dat de kosten zijn gemaakt voor het volgen van een opleiding of studie om inkomen uit werk te behalen. Er geldt een drempel voor de aftrek (€ 250) maar ook een plafond. Betaal uw scholingskosten nog in 2017 of 2018. Dan zijn deze kosten misschien nog aftrekbaar. En maak de kosten zoveel mogelijk in één jaar, u gaat hierdoor sneller over de 
aftrekdrempel heen. Waarschijnlijk wordt de aftrek van scholingskosten per 2019 vervangen door een niet-fiscale regeling.

Optimaliseer de investeringsaftrek

Bent u van plan een nieuwe investering te doen? Kijk goed of u dat dit jaar nog doet of dat het voordeliger is om te wachten tot volgend jaar. Zo kunt u optimaal gebruik maken van de investeringsaftrek en betaalt u minder belasting. De meest bekende investeringsaftrek is de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). Verder zijn er de energie-investeringsaftrek (EIA) voor energiezuinige investeringen, en de milieu-investeringsaftrek (MIA) als u milieuvriendelijke investeringen doet.

Vorm herinvesteringsreserve

Heeft u dit jaar bedrijfsmiddelen verkocht en daarbij winst behaald? Dan moet u daarover belasting betalen. Dit kunt u misschien voorkomen door de winst te reserveren in een herinvesteringsreserve. U moet dan wel aan het einde van het boekjaar het voornemen hebben om nieuwe investeringen te doen. De herinvestering moet in principe binnen drie jaar plaatsvinden.

Verreken oude verliezen

Heeft uw onderneming in het verleden verliezen geleden? Deze verliezen kunnen slechts gedurende negen jaar worden verrekend met toekomstige winsten. Dat betekent dat verliezen over 2008 niet meer kunnen worden verrekend na 2017. Heeft u nog oude verliezen, dan kunt u dit jaar mogelijk nog maatregelen treffen om de verliezen te verrekenen.

Aandachtspunt: in het Regeerakkoord is voorgesteld om in de vennootschapsbelasting de termijn voor verliesverrekening te verkorten van negen jaar naar zes jaar.

Beoordeel of de fiscale eenheid nog interessant is

Heeft u een fiscale eenheid vennootschapsbelasting? Dan biedt deze misschien veel voordelen maar deze kan zeker ook nadelen hebben. 
Denk aan hoofdelijke aansprakelijkheid voor de vennootschappen in de fiscale eenheid. Ook kan het mislopen van het tariefopstapje een nadeel zijn. Dat kan per vennootschap een voordeel opleveren van € 10.000. Het zou dus interessant kunnen zijn de fiscale eenheid per 1 januari 2018 te verbreken.

Let op: de verbreking van een fiscale eenheid kan 
leiden tot heffing van vennootschapsbelasting

Maak gebruik van jaarlijkse schenkingsvrijstellingen

Heeft u kinderen? Voor schenkingen aan kinderen geldt een vrijstelling van 
€ 5.320 in 2017. Deze vrijstelling kan eenmalig worden verhoogd tot 
€ 25.526 mits het kind tussen de achttien en veertig jaar oud is. De vrijstelling wordt onder voorwaarden zelfs verhoogd tot € 100.000 als de schenking wordt gebruikt voor de eigen woning. De jaarlijkse schenkingsvrijstellingen zijn een 
interessante mogelijkheid om onbelast vermogen over te dragen aan uw kinderen.

Tip: het is ook mogelijk om op papier een schenking te doen!

Benut de vrije ruimte van de werkkostenregeling

Binnen de werkkostenregeling mag een werkgever 1,2% van het totale loon (vrije ruimte) van het personeel besteden aan vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen aan het personeel. Daarover hoeft u geen loonbelasting te betalen. Heeft u vrije ruimte niet benut? Doe dit dan nog dit jaar want het is niet mogelijk om de vrije ruimte door te schuiven naar een volgend jaar.

Koop pensioen in eigen beheer af in 2017

Heeft u pensioen in 
eigen beheer opgebouwd? Dan moet u uiterlijk in 2019 een keuze maken over de verdere afwikkeling daarvan. U heeft daarvoor drie mogelijkheden. Een van de mogelijkheden is om het pensioen in eigen beheer af te kopen. Kiest u in 2017 nog voor afkoop, dan is 34,5% van de uitkering on-belast. In 2018 en 2019 is de 
afkoopkorting nog slechts 25% respectievelijk 19,5%. Wilt u uw pensioen in eigen beheer afkopen, regel dat 
dan nog dit jaar.

Opgave uitbetaalde bedragen aan derden alleen nog digitaal

Op grond van de wet moet u als ondernemer de Belastingdienst op de hoogte stellen van bedragen die u aan derden uitbetaalt, als deze derden geen ondernemer zijn en ook niet bij u in dienstbetrekking werkzaam zijn. De uitbetaalde bedragen in 2017 moet u in 2018 digitaal doorgeven aan de Belastingdienst.

Als u als ondernemer iemand betaalt voor verrichte diensten dan moet u nagaan in welke hoedanigheid deze persoon de werkzaamheden heeft verricht. Is er sprake van een ingehuurde ondernemer, dan ontvangt u uiteraard een factuur voor de werkzaamheden. Het kan ook zijn dat de werkzaamheden door deze derde kwalificeren als (fictieve) dienstbetrekking. In dat geval moet u loonbelasting en premies inhouden en afdragen. In sommige gevallen is er echter geen sprake van een ondernemer of een fictieve dienstbetrekking. In deze gevallen bent u verplicht de Belastingdienst op de hoogte te stellen van de aan deze derden betaalde bedragen via een zogenaamd IB47-formulier. Een opgave van de in 2017 uitbetaalde 
bedragen moet digitaal voor 1 februari 2018 worden gedaan en kan dus niet meer via een formulier.

Voor het digitaal aanleveren moet u (of uw adviseur) zich wel aanmelden bij de Belastingdienst. U kunt dan gebruik maken van software van de Belastingdienst. Meer informatie kunt u vinden op de website van de Belastingdienst of bij uw adviseur. Het 
digitale IB47-formulier is niet bedoeld voor betalingen die u doet aan vrijwilligers.

Maak gebruik van de software van de Belastingdienst

Einde inkeerregeling

Op 1 januari 2018 vervalt de zogenaamde inkeerregeling. Met de inkeerregeling kunnen belastingplichtigen, zonder risico’s op een vergrijpboete, kenbaar maken dat één of meerdere oude aangiften inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting niet juist waren. Dat moet dan wel binnen twee jaar na het indienen van de aangiften gebeuren.

De inkeerregeling werd en wordt meestal gebruikt door belastingplichtigen die in het verleden buitenlands vermogen niet in hun aangifte hebben opgenomen, maar is ook van toepassing op niet-aangegeven inkomsten of vermogen in Nederland. Het vrijwillig verbeteren van onjuiste aangiften zal met ingang van 
1 januari 2018 in elk geval ertoe leiden dat de Belastingdienst de mogelijkheid heeft een vergrijpboete op te leggen. Of dat ook daadwerkelijk gebeurt is natuurlijk afhankelijk van feiten en omstandigheden. Zeker is dat er vaker dan voorheen een discussie kan ontstaan over de oorzaak van de onjuiste aangiften. Het vervallen van de inkeerregeling met ingang van 1 januari 2018 gaat gelden voor alle aangiften die vanaf die datum moeten worden ingediend. De  inkeerregeling gaat eveneens vervallen voor toeslagen.

Belangrijke aanvulling: deze regeling geld alleen voor alleen voor buitenlands box 3 vermogen


Meer informatie? 
Neem contact op met uw RB-adviseur.